الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 165

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:165

وَمِنَ النَّاسِ مَنْ یَتَّخِذُ مِنْ دُونِ اللّٰهِ اَنْدَادًا یُحِبُّونَهُمْ كَحُبِّ اللّٰهِؕ وَالَّذٖینَ اٰمَنُٓوا اَشَدُّ حُبًّا لِلّٰهِؕ وَلَوْ یَرَى الَّذٖینَ ظَلَمُٓوا اِذْ یَرَوْنَ الْعَذَابَۙ اَنَّ الْقُوَّةَ لِلّٰهِ جَمٖیعًاۙ وَاَنَّ اللّٰهَ شَدٖیدُ الْعَذَابِ

Wamina alnnasi man yattakhithu min dooni Allahi andadan yuhibboonahum kahubbi Allahi waallatheena amanoo ashaddu hubban lillahi walaw yara allatheena thalamoo ith yarawna alAAathaba anna alquwwata lillahi jameeAAan waanna Allaha shadeedu alAAathabi

Vertalingen

En er zijn er onder de mensen die nasst Allah deelgenoten teokennen, die zij liefhebben met de liefde als (die) voor Allah, maar degenen die geloven zijn sterker in liefde voor Allah. En als degenen die onrecht pleegden zouden weten wanneer zij de bestraffing zien, (dan zouden zij weten) dat alle macht aan Allah behoort en dat Allah hard is in de bestraffing

Sofian S. Siregar

Er zijn mensen die aannemen dat er naast God nog gelijken zijn die zij even liefhebben als God, maar zij die geloven hebben God meer lief. Als zij die onrecht plegen maar zouden zien, wanneer zij de bestraffing bemerken, dat de kracht geheel aan God toebehoort en dat God streng is in de bestraffing

Fred Leemhuis