الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 171

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:171

وَمَثَلُ الَّذٖینَ كَفَرُوا كَمَثَلِ الَّذٖی یَنْعِقُ بِمَا لَا یَسْمَعُ اِلَّا دُعَٓاءً وَنِدَٓاءًؕ صُمٌّ بُكْمٌ عُمْیٌ فَهُمْ لَا یَعْقِلُونَ

Wamathalu allatheena kafaroo kamathali allathee yanAAiqu bima la yasmaAAu illa duAAaan wanidaan summun bukmun AAumyun fahum la yaAAqiloona

Vertalingen

En de gelijkenis van degenen die ongelovig zijn, is als de gelijkenis met iemand (een herder) die roept naar iets wat niet luistert, behalve naar een roep of een schreeuw. Zij zijn doof, stom en blind (van hart), daarom begrijpen zij niet

Sofian S. Siregar

Zij die ongelovig zijn lijken bijvoorbeeld op iemand die schreeuwt tot iets wat alleen maar de roep en de kreet hoort. Doof, stom en blind zijn zij. Zij worden dan ook niet verstandig

Fred Leemhuis