الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 186

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:186

وَاِذَا سَاَلَكَ عِبَادٖی عَنّٖی فَاِنّٖی قَرٖیبٌؕ اُجٖیبُ دَعْوَةَ الدَّاعِ اِذَا دَعَانِۙ فَلْیَسْتَجٖیبُوا لٖی وَلْیُؤْمِنُوا بٖی لَعَلَّهُمْ یَرْشُدُونَ

Waitha saalaka AAibadee AAannee fainnee qareebun ojeebu daAAwata alddaAAi itha daAAani falyastajeeboo lee walyuminoo bee laAAallahum yarshudoona

Vertalingen

En wanneer Mijn dienaren jou (O Moehammad) vragen stellen over Mij: voorwaar, Ik ben nabij, Ik verhoor de smeekbede van de smekende wanneer hij tot Mij smeek. Laten zij aan Mij gehoor geven en in Mij geloven. Hopelijk zullen zij de juiste Leiding volgen

Sofian S. Siregar

Wanneer Mijn dienaren jou naar Mij vragen: Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van iemand die bidt, wanneer hij Mij aanroept. Zij moeten Mij dus gehoor geven en in Mij geloven. Misschien zullen zij de goede weg opgaan

Fred Leemhuis