الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 273

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:273

لِلْفُقَرَٓاءِ الَّذٖینَ اُحْصِرُوا فٖی سَبٖیلِ اللّٰهِ لَا یَسْتَطٖیعُونَ ضَرْبًا فِی الْاَرْضِؗ یَحْسَبُهُمُ الْجَاهِلُ اَغْنِیَٓاءَ مِنَ التَّعَفُّفِۚ تَعْرِفُهُمْ بِسٖیمٰیهُمْۚ لَا یَسْـَٔلُونَ النَّاسَ اِلْحَافًاؕ وَمَا تُنْفِقُوا مِنْ خَیْرٍ فَاِنَّ اللّٰهَ بِهٖ عَلٖیمٌࣖ

Lilfuqarai allatheena ohsiroo fee sabeeli Allahi la yastateeAAoona darban fee alardi yahsabuhumu aljahilu aghniyaa mina alttaAAaffufi taAArifuhum biseemahum la yasaloona alnnasa ilhafan wama tunfiqoo min khayrin fainna Allaha bihi AAaleemun

Vertalingen

(De liefdadigheid is) voor de armen die, op de Weg van Allah, weerhouden zijn (te werken), zij zijn niet in staat op deze aarde te reizen (om te werken). Door hun bescheidenheid vermoedt de onwetende dat zij rijk zijn, je herkent hen aan hun tekens: zij vragen niet van de mensen op opdringerige wijze. En wat jullie ook van het goede uitgeven, voorwaar, Allah weet ervan

Sofian S. Siregar

Het is ten bate van de armen die op Gods weg tekort gekomen zijn, zodat zij niet in staat zijn rond te trekken op de aarde. Wegens hun bescheidenheid denkt de domme dat zij rijk zijn, maar jij kent hen aan hun kenmerk; zij vragen de mensen niet opdringerig. En het goede dat jullie als bijdrage geven, daarvan weet God

Fred Leemhuis