الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 30

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:30

وَاِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلٰٓئِكَةِ اِنّٖی جَاعِلٌ فِی الْاَرْضِ خَلٖیفَةًؕ قَالُٓوا اَتَجْعَلُ فٖیهَا مَنْ یُفْسِدُ فٖیهَا وَیَسْفِكُ الدِّمَٓاءَۚ وَنَحْنُ نُسَبِّحُ بِحَمْدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَؕ قَالَ اِنّٖٓی اَعْلَمُ مَا لَا تَعْلَمُونَ

Waith qala rabbuka lilmalaikati innee jaAAilun fee alardi khaleefatan qaloo atajAAalu feeha man yufsidu feeha wayasfiku alddimaa wanahnu nusabbihu bihamdika wanuqaddisu laka qala innee aAAlamu ma la taAAlamoona

Vertalingen

En toen jouw Heer tot de Engelen zei: "Voorwaar, Ik zal op aarde een gevolmachtigde aanstellen," zeiden zij: "Gaat U daarop iemand aanstellen die verderf zal zaaien en bloed zal vergieten, terwijl wij U roemen met de lofprijzing die U toekomt en wij U heiligen?" Hij zei: "Voorwaar, Ik weet wat jullie niet weten

Sofian S. Siregar

Toen jouw Heer tot de engelen zei: "Ik ga op aarde een plaatsvervanger aanstellen", zeiden zij: "Gaat U daar iemand aanstellen die er verderf brengt en bloed vergiet, terwijl wij U lofprijzen en Uw heiligheid eren?" Hij zei: "Ik weet wat jullie niet weten

Fred Leemhuis