وَاِذْ اَخَذْنَا مٖیثَاقَ بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ لَا تَعْبُدُونَ اِلَّا اللّٰهَ وَبِالْوَالِدَیْنِ اِحْسَانًا وَذِی الْقُرْبٰى وَالْیَتَامٰى وَالْمَسَاكٖینِ وَقُولُوا لِلنَّاسِ حُسْنًا وَاَقٖیمُوا الصَّلٰوةَ وَاٰتُوا الزَّكٰوةَؕ ثُمَّ تَوَلَّیْتُمْ اِلَّا قَلٖیلًا مِنْكُمْ وَاَنْتُمْ مُعْرِضُونَ
Waith akhathna meethaqa banee israeela la taAAbudoona illa Allaha wabialwalidayni ihsanan wathee alqurba waalyatama waalmasakeeni waqooloo lilnnasi husnan waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata thumma tawallaytum illa qaleelan minkum waantum muAAridoona
Vertalingen
En (gedenkt) toen Wij het verbond van de Kinderen van Israël aanvardden (zeggent): "Aanbidt niets dan Allah, en betracht goedheid jegens de ouders, en de verwand, en de wees, en de behoeftige, en spreekt het goede tot de mensen en onderhoudt de shalât en geeft de zakât." Vervolgens ontrokken jullie je er aan, behalve een klein aantal van jullie, terwijl jullie je afwendden
Sofian S. Siregar
En toen Wij het verdrag met de Israëlieten aangingen: "Jullie zult alleen God dienen. Weest goed voor de ouders, de verwant, de wezen en de behoeftigen. Spreekt tot de mensen ten goede. Verricht de salaat en geeft de zakaat." Toen onttrokken jullie je er in jullie afkerigheid aan, op enkelen na
Fred Leemhuis