طٰهٰ

Soera Taha, vers 111

Taa Haa (de letters) · Mekkaans · 135 verzen

20:111

وَعَنَتِ الْوُجُوهُ لِلْحَیِّ الْقَیُّومِؕ وَقَدْ خَابَ مَنْ حَمَلَ ظُلْمًا

WaAAanati alwujoohu lilhayyi alqayyoomi waqad khaba man hamala thulman

Vertalingen

En alle gezichten zullen eerbiedig neerbuigen voor de Levende, de Zelfstandige. En waarlijk, hij die onrecht pleegde zal teleurgesteld worden

Sofian S. Siregar

En de gezichten zwichten voor de Levende, de Standvastige en teleurgesteld wordt hij wiens last onrecht is

Fred Leemhuis