طٰهٰ

Soera Taha, vers 133

Taa Haa (de letters) · Mekkaans · 135 verzen

20:133

وَقَالُوا لَوْلَا یَاْتٖینَا بِاٰیَةٍ مِنْ رَبِّهٖؕ اَوَلَمْ تَاْتِهِمْ بَیِّنَةُ مَا فِی الصُّحُفِ الْاُو𐻿لٰى

Waqaloo lawla yateena biayatin min rabbihi awalam tatihim bayyinatu ma fee alssuhufi aloola

Vertalingen

En zij (de ongelovigen) zeggen: "Waarom is hij niet met een Teken van Zijn Heer tot ons gekomen?" Is er dan geen duidelijk Teken tot hen gekomen in de voorafgaande Geschriften

Sofian S. Siregar

En zij zeiden: "Had hij ons geen teken van zijn Heer kunnen brengen?" Is tot hen dan niet als duidelijk bewijs gekomen wat er in de eerdere bladen staat

Fred Leemhuis