طٰهٰ

Soera Taha, vers 39

Taa Haa (de letters) · Mekkaans · 135 verzen

20:39

اَنِ اقْذِفٖیهِ فِی التَّابُوتِ فَاقْذِفٖیهِ فِی الْیَمِّ فَلْیُلْقِهِ الْیَمُّ بِالسَّاحِلِ یَاْخُذْهُ عَدُوٌّ لٖی وَعَدُوٌّ لَهُؕ وَاَلْقَیْتُ عَلَیْكَ مَحَبَّةً مِنّٖیۚ وَلِتُصْنَعَ عَلٰى عَیْنٖیۘ

Ani iqthifeehi fee alttabooti faiqthifeehi fee alyammi falyulqihi alyammu bialssahili yakhuthhu AAaduwwun lee waAAaduwwun lahu waalqaytu AAalayka mahabbatan minnee walitusnaAAa AAala AAaynee

Vertalingen

(Wij zeiden haar:) 'Leg hem in de kist en werp hem in de zee, zodat de zee hem op de kust zal werpen; een vijand van Mij en een vijand van hem zal hem opnemen.' En ik heb Mijn liefde over jou uitgestort opdat jij onder Mijn toezicht grootgebracht werd

Sofian S. Siregar

Werp hem in de kist en werp hem in de zee, dan zal de zee hem op de kust werpen, zodat een vijand van Mij en een vijand van hem hem zal opnemen.? En Ik heb over jou liefde van Mij uitgestort en jij moest onder Mijn ogen grootgebracht worden

Fred Leemhuis