طٰهٰ

Soera Taha, vers 47

Taa Haa (de letters) · Mekkaans · 135 verzen

20:47

فَاْتِیَاهُ فَقُولَٓا اِنَّا رَسُولَا رَبِّكَ فَاَرْسِلْ مَعَنَا بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ وَلَا تُعَذِّبْهُمْؕ قَدْ جِئْنَاكَ بِاٰیَةٍ مِنْ رَبِّكَؕ وَالسَّلَامُ عَلٰى مَنِ اتَّبَعَ الْهُدٰى

Fatiyahu faqoola inna rasoola rabbika faarsil maAAana banee israeela wala tuAAaththibhum qad jinaka biayatin min rabbika waalssalamu AAala mani ittabaAAa alhuda

Vertalingen

Gaat daarom naar hem toe. en zegt: 'Voorwaar, wij zijn Boodschappers van jouw Heer, stuur de Kinderen van Israël met ons en bestraft hen niet. Wij zijn waarlijk tot jou gekomen met een Teken van jouw Heer, en vrede is met degene die de Leiding volgde

Sofian S. Siregar

Gaat dus naar hem toe en zegt: 'Wij zijn gezanten van jouw Heer. Zend dan de Israëlieten met ons weg en bestraf hen niet. Wij zijn tot jou gekomen met een teken van jouw Heer. En vrede zij met wie de leidraad volgt

Fred Leemhuis