طٰهٰ

Soera Taha, vers 88

Taa Haa (de letters) · Mekkaans · 135 verzen

20:88

فَاَخْرَجَ لَهُمْ عِجْلًا جَسَدًا لَهُ خُوَارٌ فَقَالُوا هٰذَٓا اِلٰهُكُمْ وَاِلٰهُ مُوسٰى فَنَسِیَؕ

Faakhraja lahum AAijlan jasadan lahu khuwarun faqaloo hatha ilahukum wailahu moosa fanasiya

Vertalingen

Toen haalde de Sâmirî voor hen een beeld van een kalf (uit het vuur), met geloei. En zij zeiden: "Dit is jullie god en de god van Môesa, maar hij vergat (hem)

Sofian S. Siregar

Hij bracht toen voor hen een kalf tevoorschijn, als een lichaam met geloei. En zij zeiden: "Dit is jullie god en de god van Moesa, maar hij was het vergeten

Fred Leemhuis