الْاَنْبِيَاءِ

Soera Al-Anbya, vers 87

De Profeten · Mekkaans · 112 verzen

21:87

وَذَا النُّونِ اِذْ ذَهَبَ مُغَاضِبًا فَظَنَّ اَنْ لَنْ نَقْدِرَ عَلَیْهِ فَنَادٰى فِی الظُّلُمَاتِ اَنْ لَٓا اِلٰهَ اِلَّٓا اَنْتَ سُبْحَانَكَࣗ اِنّٖی كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖینَۚ

Watha alnnooni ith thahaba mughadiban fathanna an lan naqdira AAalayhi fanada fee alththulumati an la ilaha illa anta subhanaka innee kuntu mina alththalimeena

Vertalingen

En (gedenkt) Dzôennôen toen hij kwaad wegging en meende dat Wij geen macht over hem hadden. Toen riep hij uit in de duisternissen: "Er is geen god dan U, Heilig bent U: voorwaar, ik behoorde tot de onrechtvaardigen

Sofian S. Siregar

En aan hem met de vis, toen hij kwaad wegging en meende dat Wij geen macht over hem hadden. En hij riep in de duisternis: "Er is geen god dan U. U zij geprezen! Ik was een van de onrechtplegers

Fred Leemhuis