الْحَجِّ

Soera Al-Hajj, vers 26

De Bedevaart · Mekkaans · 78 verzen

22:26

وَاِذْ بَوَّاْنَا لِاِبْرٰهٖیمَ مَكَانَ الْبَیْتِ اَنْ لَا تُشْرِكْ بٖی شَیْـًٔا وَطَهِّرْ بَیْتِیَ لِلطَّٓائِفٖینَ وَالْقَٓائِمٖینَ وَالرُّكَّعِ السُّجُودِ

Waith bawwana liibraheema makana albayti an la tushrik bee shayan watahhir baytiya lilttaifeena waalqaimeena waalrrukkaAAi alssujoodi

Vertalingen

En toen Wij voor Ibrâhîm de plaats vastelden van het Huis (zeiden Wij:) "Ken Mij in niets deelgenoten toe en reinig Mijn Huis voor de rondgaanden en de buigenden en de knielenden

Sofian S. Siregar

En toen Wij aan Ibrahiem op de plaats van het huis onderdak gaven [en zeiden]: "Voeg niets als metgezel aan Mij toe en reinig Mijn huis voor hen die de omgang verrichten, die rechtopstaan en die buigen en zich eerbiedig neerbuigen

Fred Leemhuis