الْحَجِّ

Soera Al-Hajj, vers 35

De Bedevaart · Mekkaans · 78 verzen

22:35

اَلَّذٖینَ اِذَا ذُكِرَ اللّٰهُ وَجِلَتْ قُلُوبُهُمْ وَالصَّابِرٖینَ عَلٰى مَٓا اَصَابَهُمْ وَالْمُقٖیمِی الصَّلٰوةِۙ وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ یُنْفِقُونَ

Allatheena itha thukira Allahu wajilat quloobuhum waalssabireena AAala ma asabahum waalmuqeemee alssalati wamimma razaqnahum yunfiqoona

Vertalingen

Degenen waarvan, als de Naam van Allah genoemd wordt de harten trillen en die geduldigen zijn met wat ben treft en die de shalât onderhouden en uitgeven van dat waar Wij hen mee voorzien hebben

Sofian S. Siregar

van wie, wanneer Gods naam vermeld wordt, de harten vol ontzag zijn, die geduldig volharden bij wat hen treft en die de salaat verrichten en die bijdragen geven van wat Wij hun voor hun levensonderhoud gegeven hebben

Fred Leemhuis