فَقَالَ الْمَلَؤُا الَّذٖینَ كَفَرُوا مِنْ قَوْمِهٖ مَا هٰذَٓا اِلَّا بَشَرٌ مِثْلُكُمْۙ یُرٖیدُ اَنْ یَتَفَضَّلَ عَلَیْكُمْؕ وَلَوْ شَٓاءَ اللّٰهُ لَاَنْزَلَ مَلٰٓئِكَةًۚ مَا سَمِعْنَا بِهٰذَا فٖٓی اٰبَٓائِنَا الْاَوَّلٖینَۚ
Faqala almalao allatheena kafaroo min qawmihi ma hatha illa basharun mithlukum yureedu an yatafaddala AAalaykum walaw shaa Allahu laanzala malaikatan ma samiAAna bihatha fee abaina alawwaleena
Vertalingen
Toen zeiden de vooraanstanden, die niet geloofden, van zijn volk: "Deze (man) is slechts een mens zoals jullie. Hij wenst uit te blinken boven jullie. En als Allah het gewild had, zou Hij Engelen hebben gestuurd. Wij hebben hierover van onze voorouders nog nooit gehoord
Sofian S. Siregar
En de raad van voornaamsten, zij van zijn volk die ongelovig waren, zei toen: "Dit is slechts een mens zoals jullie, die boven jullie wil uitblinken. Als God het namelijk gewild had, dan had Hij wel engelen neergezonden. Wij hebben hiervan bij onze vaderen die er eertijds waren niet gehoord
Fred Leemhuis