اِنَّ الَّذٖینَ جَٓاؤُ𐻿 بِالْاِفْكِ عُصْبَةٌ مِنْكُمْؕ لَا تَحْسَبُوهُ شَرًّا لَكُمْؕ بَلْ هُوَ خَیْرٌ لَكُمْؕ لِكُلِّ امْرِئٍ مِنْهُمْ مَا اكْتَسَبَ مِنَ الْاِثْمِۚ وَالَّذٖی تَوَلّٰى كِبْرَهُ مِنْهُمْ لَهُ عَذَابٌ عَظٖیمٌ
Inna allatheena jaoo bialifki AAusbatun minkum la tahsaboohu sharran lakum bal huwa khayrun lakum likulli imriin minhum ma iktasaba mina alithmi waallathee tawalla kibrahu minhum lahu AAathabun AAatheemun
Vertalingen
Voorwaar, degenen die de laster naar voren brachten zijn een groep onder jullie. Denkt niet dat het slecht voor jullie is. Integendeel, het is goed voor jullie: een ieder van hen wordt belast voor de zonde. En degene van hen die het grootste aandeel had: voor hem is er een geweldige bestraffing
Sofian S. Siregar
Zij die de laster hebben geuit zijn maar een groep uit jullie midden. Jullie moeten niet denken dat het iets slechts voor jullie is. Integendeel, het is iets goeds voor jullie. Ieder van hen wordt de zonde die hij heeft begaan aangerekend, maar hij die het meeste op zijn geweten heeft, hem wacht een geweldige bestraffing
Fred Leemhuis