وَمَٓا اَرْسَلْنَا قَبْلَكَ مِنَ الْمُرْسَلٖینَ اِلَّٓا اِنَّهُمْ لَیَاْكُلُونَ الطَّعَامَ وَیَمْشُونَ فِی الْاَسْوَاقِؕ وَجَعَلْنَا بَعْضَكُمْ لِبَعْضٍ فِتْنَةًؕ اَتَصْبِرُونَۚ وَكَانَ رَبُّكَ بَصٖیرًاࣖ
Wama arsalna qablaka mina almursaleena illa innahum layakuloona alttaAAama wayamshoona fee alaswaqi wajaAAalna baAAdakum libaAAdin fitnatan atasbiroona wakana rabbuka baseeran
Vertalingen
En Wij zonden geen Boodschappers vóór jou, of zij aten voedsel en zij gingen op de markten rond. En Wij hebben sommigen van jullie tot een beproeving voor anderen gemaakt: zullen jullie geduld hebben? En jouw Heer is Alziende
Sofian S. Siregar
Wij hebben voor jouw tijd alleen maar gezondenen gezonden die voedsel aten en op de markten rondliepen. En Wij hebben sommigen van jullie tot een verzoeking voor anderen gemaakt [om te zien] of jullie geduldig kunnen volharden; jouw Heer is doorziend
Fred Leemhuis