الشُّعَرَاءِ

Soera Ash-Shu'ara, vers 139

De Dichters · Mekkaans · 227 verzen

26:139

فَكَذَّبُوهُ فَاَهْلَكْنَاهُمْؕ اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَةًؕ وَمَا كَانَ اَكْثَرُهُمْ مُؤْمِنٖینَ

Fakaththaboohu faahlaknahum inna fee thalika laayatan wama kana aktharuhum mumineena

Vertalingen

Maar zij loochenden hem, dus vernietigden Wij hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen waren gew gelovigen

Sofian S. Siregar

Toen betichtten zij hem van leugens en vernietigden Wij hen. Daarin is zeker een teken, maar de meesten van hen zijn niet gelovig

Fred Leemhuis