الشُّعَرَاءِ

Soera Ash-Shu'ara, vers 189

De Dichters · Mekkaans · 227 verzen

26:189

فَكَذَّبُوهُ فَاَخَذَهُمْ عَذَابُ یَوْمِ الظُّلَّةِؕ اِنَّهُ كَانَ عَذَابَ یَوْمٍ عَظٖیمٍ

Fakaththaboohu faakhathahum AAathabu yawmi alththullati innahu kana AAathaba yawmin AAatheemin

Vertalingen

Maar zij loochenden hem, waarop een bestraffing hen trofop een zwaarbewolkte dag. Voorwaar, het was een bestraffing van een geweldige dag

Sofian S. Siregar

Maar zij betichtten hem van leugens. Toen greep hen de bestraffing van de dag van de stapelwolk. Dat was de bestraffing van een geweldige dag

Fred Leemhuis