النَّمْلِ

Soera An-Naml, vers 16

De Mieren · Mekkaans · 93 verzen

27:16

وَوَرِثَ سُلَیْمٰنُ دَاوُ𐻿دَ وَقَالَ یَٓا اَیُّهَا النَّاسُ عُلِّمْنَا مَنْطِقَ الطَّیْرِ وَاُو𐻿تٖینَا مِنْ كُلِّ شَیْءٍؕ اِنَّ هٰذَا لَهُوَ الْفَضْلُ الْمُبٖینُ

Wawaritha sulaymanu dawooda waqala ya ayyuha alnnasu AAullimna mantiqa alttayri waooteena min kulli shayin inna hatha lahuwa alfadlu almubeenu

Vertalingen

En Soelaimân volgde Dâwôed op. En hij zei: "O mensen, aan ons is de taal van de vogels onderwezen, en ons is alles gegeven. Voorwaar, dit is zeker de duidelijke gunst

Sofian S. Siregar

En Soelaimaan werd Dawoeds erfgenaam en hij zei: "O mensen, aan ons is de spraak van de vogels onderwezen en aan ons is van alles gegeven; dit is een duidelijke goedgunstigheid

Fred Leemhuis