27:43
وَصَدَّهَا مَا كَانَتْ تَعْبُدُ مِنْ دُونِ اللّٰهِؕ اِنَّهَا كَانَتْ مِنْ قَوْمٍ كَافِرٖینَ
Wasaddaha ma kanat taAAbudu min dooni Allahi innaha kanat min qawmin kafireena
Vertalingen
En zij werd verhinderd door wat zij naast Allah aanbad. Voorwaar, zij behoorde tot het ongelovige volk
Sofian S. Siregar
Maar wat zij in plaats van God dienden had haar [van het goede pad] afgehouden. Zij behoorde tot ongelovige mensen
Fred Leemhuis