النَّمْلِ

Soera An-Naml, vers 47

De Mieren · Mekkaans · 93 verzen

27:47

قَالُوا اطَّیَّرْنَا بِكَ وَبِمَنْ مَعَكَؕ قَالَ طَٓائِرُكُمْ عِنْدَ اللّٰهِ بَلْ اَنْتُمْ قَوْمٌ تُفْتَنُونَ

Qaloo ittayyarna bika wabiman maAAaka qala tairukum AAinda Allahi bal antum qawmun tuftanoona

Vertalingen

Zij zeiden: "Wij verwachtten van jou en degenen die met jou zijn een slecht lot." Hij zei: "Jullie lot is bij Allah. Jullie zijn beslist een volk dat op de proef gesteld wordt

Sofian S. Siregar

Zij zeiden: "Wij zien in jou en wie met jou zijn een slecht voorteken." Hij zei: "Jullie slechte voorteken is bij God. Ja zeker, jullie zijn mensen die in verzoeking gebracht worden

Fred Leemhuis