النَّمْلِ

Soera An-Naml, vers 8

De Mieren · Mekkaans · 93 verzen

27:8

فَلَمَّا جَٓاءَهَا نُودِیَ اَنْ بُورِكَ مَنْ فِی النَّارِ وَمَنْ حَوْلَهَاؕ وَسُبْحَانَ اللّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖینَ

Falamma jaaha noodiya an boorika man fee alnnari waman hawlaha wasubhana Allahi rabbi alAAalameena

Vertalingen

Maar toen hij er aankwam, werd bij geroepen: "Gezegend is hij (Môesa) die op de plaats van het vuur is en die er omheen zijn. En Heilig is Allah, de Heer der Werelden

Sofian S. Siregar

Toen hij daar kwam werd hem toegeroepen: "Gezegend is Hij die in het vuur is en wie er rondom is en God zij geprezen, de Heer van de wereldbewoners

Fred Leemhuis