الْقَصَصِ

Soera Al-Qasas, vers 19

Het Verhaal · Mekkaans · 88 verzen

28:19

فَلَمَّٓا اَنْ اَرَادَ اَنْ یَبْطِشَ بِالَّذٖی هُوَ عَدُوٌّ لَهُمَاۙ قَالَ یَا مُوسٰٓى اَتُرٖیدُ اَنْ تَقْتُلَنٖی كَمَا قَتَلْتَ نَفْسًا بِالْاَمْسِࣗ اِنْ تُرٖیدُ اِلَّٓا اَنْ تَكُونَ جَبَّارًا فِی الْاَرْضِ وَمَا تُرٖیدُ اَنْ تَكُونَ مِنَ الْمُصْلِحٖینَ

Falamma an arada an yabtisha biallathee huwa AAaduwwun lahuma qala ya moosa atureedu an taqtulanee kama qatalta nafsan bialamsi in tureedu illa an takoona jabbaran fee alardi wama tureedu an takoona mina almusliheena

Vertalingen

Maar toen hij (Môesa) degene wilde grijpen, die een vijand van hen beiden was, zei deze: "O Môesa, wil jij mij vermoorden, zoals jij gisteren een ziel gedood hebt? Jij wenst slechts een tiran te worden op de aarde en jij wenst niet tot de verzoeners te behoren

Sofian S. Siregar

Maar toen hij wilde inslaan op hem die een vijand van hen beiden was zei hij: "O Moesa, wil jij mij ook doden zoals jij gisteren iemand gedood hebt? Jij wenst alleen maar een geweldenaar in het land te zijn en wenst niet bij hen die herstel brengen te behoren

Fred Leemhuis