وَلَمَّا وَرَدَ مَٓاءَ مَدْیَنَ وَجَدَ عَلَیْهِ اُمَّةً مِنَ النَّاسِ یَسْقُونَؗ وَوَجَدَ مِنْ دُونِهِمُ امْرَاَتَیْنِ تَذُودَانِۚ قَالَ مَا خَطْبُكُمَاؕ قَالَتَا لَا نَسْقٖی حَتّٰى یُصْدِرَ الرِّعَٓاءُ وَاَبُونَا شَیْخٌ كَبٖیرٌ
Walamma warada maa madyana wajada AAalayhi ommatan mina alnnasi yasqoona wawajada min doonihimu imraatayni tathoodani qala ma khatbukuma qalata la nasqee hatta yusdira alrriAAao waaboona shaykhun kabeerun
Vertalingen
En toen hij het water van Madyan bereikte, vond hij daar een groep mensen die hun vee te drinken gaf. En Hij trof naast hen twee vrouwen aan die hun vee tegenhielden. Hij zei. "Wat is er met jullie aan de hand?" Zij zeiden: "Wij laten het vee pas drinken als de herders weggaan en onze vader is een zeer oude man
Sofian S. Siregar
En toen hij bij het water van Madjan kwam vond hij daar een gemeenschap van mensen die [hun vee] te drinken gaven en hij vond naast hen twee vrouwen die [hun vee] terughielden. Hij zei: "Wat is er met jullie beiden?" Zij zeiden: "Wij kunnen [ons vee] pas te drinken geven als de herders weggaan. Onze vader is namelijk een zeer oude man
Fred Leemhuis