فَجَٓاءَتْهُ اِحْدٰیهُمَا تَمْشٖی عَلَى اسْتِحْیَٓاءٍؗ قَالَتْ اِنَّ اَبٖی یَدْعُوكَ لِیَجْزِیَكَ اَجْرَ مَا سَقَیْتَ لَنَاؕ فَلَمَّا جَٓاءَهُ وَقَصَّ عَلَیْهِ الْقَصَصَۙ قَالَ لَا تَخَفْࣞ نَجَوْتَ مِنَ الْقَوْمِ الظَّالِمٖینَ
Fajaathu ihdahuma tamshee AAala istihyain qalat inna abee yadAAooka liyajziyaka ajra ma saqayta lana falamma jaahu waqassa AAalayhi alqasasa qala la takhaf najawta mina alqawmi alththalimeena
Vertalingen
Toen kwam een van de twee (vrouwen) verlegen naar heen toelopen, en zei: "Voorwaar, mijn vader roept jou om te komen, om jou te belonen, omdat jij ons vee te drinken hebt gegeven." En toen hij bij hem kwam en hem het verhaal vertelde, zei hij: "Wees niet bang, jij hebt je gered van het onrechtvaardige volk
Sofian S. Siregar
Toen kwam een van hen beiden bedeesd naar hem toe. Zij zei: "Mijn vader nodigt je uit om je ervoor te belonen dat jij ons [vee] te drinken gegeven hebt." Toen hij bij hem kwam en hem het verhaal vertelde zei deze: "Wees niet bang, je bent aan mensen die onrecht plegen ontkomen
Fred Leemhuis