الْقَصَصِ

Soera Al-Qasas, vers 32

Het Verhaal · Mekkaans · 88 verzen

28:32

اُسْلُكْ یَدَكَ فٖی جَیْبِكَ تَخْرُجْ بَیْضَٓاءَ مِنْ غَیْرِ سُٓوءٍؗ وَاضْمُمْ اِلَیْكَ جَنَاحَكَ مِنَ الرَّهْبِ فَذَانِكَ بُرْهَانَانِ مِنْ رَبِّكَ اِلٰى فِرْعَوْنَ وَمَلَا𐻾ئِهٖؕ اِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقٖینَ

Osluk yadaka fee jaybika takhruj baydaa min ghayri sooin waodmum ilayka janahaka mina alrrahbi fathanika burhanani min rabbika ila firAAawna wamalaihi innahum kanoo qawman fasiqeena

Vertalingen

Stop jouw hand onder jouw kraag, en hij zal wit schijnen, zonder ziek te zijn. En hou jouw arm tegen jouw zijde tegen de angst. Dit zijn twee Tekenen van jouw Heer tegen Fir'aun en zijn vooraanstanden. Voorwaar, zij zijn een zwaar zondig volk

Sofian S. Siregar

Stop je hand in je boezem dan zal zij wit, maar zonder iets slechts, tevoorschijn komen en trek je van schrik uitgestrekte arm weer naar je toe. Het zijn namelijk twee bewijzen van jouw Heer bestemd voor Fir'aun en zijn raad van voornaamsten. Zij zijn verdorven mensen

Fred Leemhuis