وَقَالَ فِرْعَوْنُ یَٓا اَیُّهَا الْمَلَاُ مَا عَلِمْتُ لَكُمْ مِنْ اِلٰهٍ غَیْرٖیۚ فَاَوْقِدْ لٖی یَا هَامَانُ عَلَى الطّٖینِ فَاجْعَلْ لٖی صَرْحًا لَعَلّٖٓی اَطَّلِعُ اِلٰٓى اِلٰهِ مُوسٰىۙ وَاِنّٖی لَاَظُنُّهُ مِنَ الْكَاذِبٖینَ
Waqala firAAawnu ya ayyuha almalao ma AAalimtu lakum min ilahin ghayree faawqid lee ya hamanu AAala altteeni faijAAal lee sarhan laAAallee attaliAAu ila ilahi moosa wainnee laathunnuhu mina alkathibeena
Vertalingen
En Fir'aun zei: "O vooraanstaanden, ik weet geen andere god dan ikzelf voor jullie. Steek daarom voor mij, O Hâmân, een vuur aan (van een oven om) klei (te bakken voor de stenen van) een toren voor mij, moge ik opstijgen naar de god van Môesa. En voorwaar, ik veronderstel zeker dat hij tot de leugenaars behoort
Sofian S. Siregar
En Fir'aun zei: "Raad van voornaamsten, ik ken voor jullie geen god buiten mij. Hamaan, stel dus leem bloot aan vuur en maak voor mij een toren; misschien kan ik dan opklimmen naar de god van Moesa. Maar ik vermoed dat hij tot de leugenaars behoort
Fred Leemhuis