الْقَصَصِ

Soera Al-Qasas, vers 4

Het Verhaal · Mekkaans · 88 verzen

28:4

اِنَّ فِرْعَوْنَ عَلَا فِی الْاَرْضِ وَجَعَلَ اَهْلَهَا شِیَعًا یَسْتَضْعِفُ طَٓائِفَةً مِنْهُمْ یُذَبِّـحُ اَبْنَٓاءَهُمْ وَیَسْتَحْيٖ نِسَٓاءَهُمْؕ اِنَّهُ كَانَ مِنَ الْمُفْسِدٖینَ

Inna firAAawna AAala fee alardi wajaAAala ahlaha shiyaAAan yastadAAifu taifatan minhum yuthabbihu abnaahum wayastahyee nisaahum innahu kana mina almufsideena

Vertalingen

Voorwaar, Fir'aun wag hoogmoedig in het land en hij verdeelde haar mensen in partijen. Hij onderdrukte een groep van hen: hij slachtte hun zonen en hij liet hun vrouwen leven. Voorwaar, hij behoorde tot de verderfzaaiers

Sofian S. Siregar

Fir'aun had de overhand in het land en maakte de mensen ervan tot groeperingen, waarvan hij een groep onderdrukte doordat hij hun zonen afslachtte en alleen hun vrouwen in leven liet; hij behoorde tot de verderfbrengers

Fred Leemhuis