الْقَصَصِ

Soera Al-Qasas, vers 8

Het Verhaal · Mekkaans · 88 verzen

28:8

فَالْتَقَطَهُٓ اٰلُ فِرْعَوْنَ لِیَكُونَ لَهُمْ عَدُوًّا وَحَزَنًاؕ اِنَّ فِرْعَوْنَ وَهَامَانَ وَجُنُودَهُمَا كَانُوا خَاطِـٖٔینَ

Failtaqatahu alu firAAawna liyakoona lahum AAaduwwan wahazanan inna firAAawna wahamana wajunoodahuma kanoo khatieena

Vertalingen

Toen pikten de mensen van Fir'aun hem op (uit de rivier), zodat hij een vijand van hen zou worden en een bron van droefenis. Voorwaar, Fir'aun, Hâmân en hun legers waren zondaren

Sofian S. Siregar

Toen namen de mensen van Fir'aun hem op, opdat hij voor hen een vijand en [reden tot] droefheid zou worden. Fir'aun en Hamaan en hun legers waren immers zondaars

Fred Leemhuis