وَاَصْبَحَ الَّذٖینَ تَمَنَّوْا مَكَانَهُ بِالْاَمْسِ یَقُولُونَ وَیْكَاَنَّ اللّٰهَ یَبْسُطُ الرِّزْقَ لِمَنْ یَشَٓاءُ مِنْ عِبَادِهٖ وَیَقْدِرُۚ لَوْلَٓا اَنْ مَنَّ اللّٰهُ عَلَیْنَا لَخَسَفَ بِنَاؕ وَیْكَاَنَّهُ لَا یُفْلِحُ الْكَافِرُونَࣖ
Waasbaha allatheena tamannaw makanahu bialamsi yaqooloona waykaanna Allaha yabsutu alrrizqa liman yashao min AAibadihi wayaqdiru lawla an manna Allahu AAalayna lakhasafa bina waykaannahu la yuflihu alkafiroona
Vertalingen
En degenen die de vorige dag zijn positie wensten gingen zeggen: "O wee, het is Allah Die het onderhoud verruimt en beperkt voor wie Hij wil van Zijn dienaren. Als Allah ons niet begunstigd had, had Hij ons zeker doen wegzinken. O wee, de ongelovigen welslagen niet
Sofian S. Siregar
En zij die de vorige dag nog zijn plaats gewenst hadden zeiden 's morgens: "O wee, God voorziet ruimschoots in het levensonderhoud van wie van Zijn dienaren Hij wil en ook met mate. Als God ons niet een gunst had bewezen, dan had Hij ons laten wegzinken. O wee, het gaat de ongelovigen niet wel
Fred Leemhuis