Mushafim

29. Al-'Ankabut

الْعَنْكَبُوتِ

وَلَمَّا جَٓاءَتْ رُسُلُنَٓا اِبْرٰهٖیمَ بِالْبُشْرٰىۙ قَالُٓوا اِنَّا مُهْلِكُٓوا اَهْلِ هٰذِهِ الْقَرْیَةِۚ اِنَّ اَهْلَهَا كَانُوا ظَالِمٖینَۚ

En toen Onze gezanten (Engelen) tot Ibrâhîm kwamen met de verheugende tijdingen, zeiden zij."Voorwaar, wij zullen de bewoners van deze stad vernietigen. Voorwaar, haar bewoners waren onrechtvaardigen

Siregar

قَالَ اِنَّ فٖیهَا لُوطًاؕ قَالُوا نَحْنُ اَعْلَمُ بِمَنْ فٖیهَاؗ لَنُنَجِّیَنَّهُ وَاَهْلَهُٓ اِلَّا امْرَاَتَهُؗ كَانَتْ مِنَ الْغَابِرٖینَ

Hij zei: "Lôeth is daar." Zij miden: "Wij weten beter wie daar zijn. Voorwaar, wij zullen hem en zijn familie redden, behalve zijn vrouw. Zij zal tot de achterblijvers behoren

Siregar

وَلَمَّٓا اَنْ جَٓاءَتْ رُسُلُنَا لُوطًا سٖٓیءَ بِهِمْ وَضَاقَ بِهِمْ ذَرْعًا وَقَالُوا لَا تَخَفْ وَلَا تَحْزَنْࣞ اِنَّا مُنَجُّوكَ وَاَهْلَكَ اِلَّا امْرَاَتَكَ كَانَتْ مِنَ الْغَابِرٖینَ

En toen Onze gezanten naar Lôeth kwamen, was hij bedroefd vanwege hen, en hij had geen macht om hen te beschermen. Maar zij zeiden: "Wees niet bang en treur niet: voorwaar, wij redden zeker jou en jouw familie, behalve jouw vrouw. Zij zal tot de achterblijvers behoren

Siregar

اِنَّا مُنْزِلُونَ عَلٰٓى اَهْلِ هٰذِهِ الْقَرْیَةِ رِجْزًا مِنَ السَّمَٓاءِ بِمَا كَانُوا یَفْسُقُونَ

Voorwaar, wij zullen een zware bestraffing uit de hemel neerzenden op de bewoners van deze stad omdat zij zware zonden begingen

Siregar

وَلَقَدْ تَرَكْنَا مِنْهَٓا اٰیَةً بَیِّنَةً لِقَوْمٍ یَعْقِلُونَ

En voorzeker, Wij hebben een duidelijk Teken achtergelaten voor een volk dat begrijpt

Siregar

وَاِلٰى مَدْیَنَ اَخَاهُمْ شُعَیْبًاۙ فَقَالَ یَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللّٰهَ وَارْجُوا الْیَوْمَ الْاٰخِرَ وَلَا تَعْثَوْا فِی الْاَرْضِ مُفْسِدٖینَ

En naar Madyan (stuurden Wij) hun broeder Sjoe'aib. En hij zei: "O mijn volk, aanbidt Allah en hoopt op de Laatste Dag en verricht geen kwaad op aarde als verderfzaaiers

Siregar

فَكَذَّبُوهُ فَاَخَذَتْهُمُ الرَّجْفَةُ فَاَصْبَحُوا فٖی دَارِهِمْ جَاثِمٖینَؗ

Toen loochenden zij hem waarna een aardbeving hen trof en zij werden doden in hun huizen

Siregar

وَعَادًا وَثَمُودَا𐻾 وَقَدْ تَبَیَّنَ لَكُمْ مِنْ مَسَاكِنِهِمْࣞ وَزَیَّنَ لَهُمُ الشَّیْطَانُ اَعْمَالَهُمْ فَصَدَّهُمْ عَنِ السَّبٖیلِ وَكَانُوا مُسْتَبْصِرٖینَۙ

En (Wij vernietigden) de 'Âd en de Tsamôed. Dat is jullie waarlijk bekend geworden door (de ruïnes van) hun woningen. En de Satan deed voor hen hun daden schoon sehijnen, waarna hij hen afleidde van de Weg, hoewel zij over inzicht beschikten

Siregar

0:00
0:00