Mushafim

2. Al-Baqarah

الْبَقَرَةِ

وَاِذْ نَجَّیْنَاكُمْ مِنْ اٰلِ فِرْعَوْنَ یَسُومُونَكُمْ سُٓوءَ الْعَذَابِ یُذَبِّحُونَ اَبْنَٓاءَكُمْ وَیَسْتَحْیُونَ نِسَٓاءَكُمْؕ وَفٖی ذٰلِكُمْ بَلَٓاءٌ مِنْ رَبِّكُمْ عَظٖیمٌ

En (gedenkt) toen Wij wullie van Fir'aun's volgelingen redden, zij kwelden jullie met de zwaarste foltering; zij slachtten jullie zonen ad en lieten jullie dochters in leven. Daarin was een geweldige beproeving van jullie Heer

Siregar

وَاِذْ فَرَقْنَا بِكُمُ الْبَحْرَ فَاَنْجَیْنَاكُمْ وَاَغْرَقْنَٓا اٰلَ فِرْعَوْنَ وَاَنْتُمْ تَنْظُرُونَ

En (gedenkt) toen Wij voor jullie de zee kliefden waarmee Wij jullie redden en Fir'aun's volgelingen deden verdrinken, terwijl jullie toekeken

Siregar

وَاِذْ وٰعَدْنَا مُوسٰٓى اَرْبَعٖینَ لَیْلَةً ثُمَّ اتَّخَذْتُمُ الْعِجْلَ مِنْ بَعْدِهٖ وَاَنْتُمْ ظَالِمُونَ

En (gedenkt) toen Wij Môesa veertig nachten beloofden, toen namen jullie het kalf aan (ter aanbidding) na zijn vertrek, en jullie waren onrechtplegers

Siregar

ثُمَّ عَفَوْنَا عَنْكُمْ مِنْ بَعْدِ ذٰلِكَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ

Vervolgens vergaven Wij jullie daarna, hopelijk zullen jullie dankbaar zijn

Siregar

وَاِذْ اٰتَیْنَا مُوسَى الْكِتَابَ وَالْفُرْقَانَ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ

En (gedenkt) toen Wij Môesa de Schrift (de Taurât) en de Foerqân gaven, hopelijk zullen jullie de leiding volgen

Siregar

وَاِذْ قَالَ مُوسٰى لِقَوْمِهٖ یَا قَوْمِ اِنَّكُمْ ظَلَمْتُمْ اَنْفُسَكُمْ بِاتِّخَاذِكُمُ الْعِجْلَ فَتُوبُٓوا اِلٰى بَارِئِكُمْ فَاقْتُلُٓوا اَنْفُسَكُمْؕ ذٰلِكُمْ خَیْرٌ لَكُمْ عِنْدَ بَارِئِكُمْؕ فَتَابَ عَلَیْكُمْؕ اِنَّهُ هُوَ التَّوَّابُ الرَّحٖیمُ

En (gedenkt) toen Môesa tot zijn volk zei: "O mijn volk! Voorwaar, jullie hebben jezelf onrecht aangedaa doordat jullie het kalf (ter aanbidding) hebben genomen, wendt jullie daarom in berouw tot jullie Schepper en doodt dan julliezelf, dat is beter voor jullie bij jullie Schepper." Toen aanvaardde Hij jullie berouw. Voorwaar, Hij is de Meest Berouwaanvaardende, de Meest Barmhartige

Siregar

وَاِذْ قُلْتُمْ یَا مُوسٰى لَنْ نُؤْمِنَ لَكَ حَتّٰى نَرَى اللّٰهَ جَهْرَةً فَاَخَذَتْكُمُ الصَّاعِقَةُ وَاَنْتُمْ تَنْظُرُونَ

En (gedenkt) toen jullie zeiden: "O Môesa, wij zullen jou niet geloven totdat wij Allah duidelijk (in Zijn ware gestalte) zien," waarop de bklisem jullie greep, terwijl jullie toekeken

Siregar

ثُمَّ بَعَثْنَاكُمْ مِنْ بَعْدِ مَوْتِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ

Vervolgens wekken Wij jullie op na jullie dood, hoplijk zullen jullie dankbaar zijn

Siregar

وَظَلَّلْنَا عَلَیْكُمُ الْغَمَامَ وَاَنْزَلْنَا عَلَیْكُمُ الْمَنَّ وَالسَّلْوٰىؕ كُلُوا مِنْ طَیِّبَاتِ مَا رَزَقْنَاكُمْؕ وَمَا ظَلَمُونَا وَلٰكِنْ كَانُٓوا اَنْفُسَهُمْ یَظْلِمُونَ

En wij gaven jullie schaduw door middel van de wolk en Wij deden Manna en kwartels voor jullie neerdalen. Eet van de goede dingen waarmee Wij jullie hebben voorzien. Zij deden Ons geen onrecht aan, maar zij deden zichzelf onrecht aan

Siregar

0:00
0:00