اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 107

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:107

وَاَمَّا الَّذٖینَ ابْیَضَّتْ وُجُوهُهُمْ فَفٖی رَحْمَةِ اللّٰهِؕ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَ

Waamma allatheena ibyaddat wujoohuhum fafee rahmati Allahi hum feeha khalidoona

Vertalingen

En wat betreft degenen wiens gezichten wit zullen zijn: zij zullen in de Barmhartigheid van Allah verkeren en zij zullen daarin eeuwig levenden zijn

Sofian S. Siregar

En wat hen betreft van wie de gezichten wit zijn geworden, in Gods barmhartigheid zullen zij zijn; zij zullen daarin altijd blijven

Fred Leemhuis