اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 145

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:145

وَمَا كَانَ لِنَفْسٍ اَنْ تَمُوتَ اِلَّا بِاِذْنِ اللّٰهِ كِتَابًا مُؤَجَّلًاؕ وَمَنْ یُرِدْ ثَوَابَ الدُّنْیَا نُؤْتِهٖ مِنْهَاۚ وَمَنْ یُرِدْ ثَوَابَ الْاٰخِرَةِ نُؤْتِهٖ مِنْهَاؕ وَسَنَجْزِی الشَّاكِرٖینَ

Wama kana linafsin an tamoota illa biithni Allahi kitaban muajjalan waman yurid thawaba alddunya nutihi minha waman yurid thawaba alakhirati nutihi minha wasanajzee alshshakireena

Vertalingen

En geen ziel kan sterven, behalve met het verlof Allah, zoals vastgelegd. En wie de beloning van de wereld wil, Wij geven hem ervan; en wie de beloning van het Hiernamaals wil, Wij geven hem ervan. En Wij zullen de dankbaren belonen

Sofian S. Siregar

Iemand kan alleen maar met Gods toestemming sterven volgens een vastgelegde voorbeschikking. Wie de beloning van het tegenwoordige leven wenst, aan hem zullen Wij er iets van geven. En wie de beloning van het hiernamaals wenst, aan hem zullen Wij er iets van geven. En Wij zullen hen die dank betuigen belonen

Fred Leemhuis