اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 147

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:147

وَمَا كَانَ قَوْلَهُمْ اِلَّٓا اَنْ قَالُوا رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَاِسْرَافَنَا فٖٓی اَمْرِنَا وَثَبِّتْ اَقْدَامَنَا وَانْصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرٖینَ

Wama kana qawlahum illa an qaloo rabbana ighfir lana thunoobana waisrafana fee amrina wathabbit aqdamana waonsurna AAala alqawmi alkafireena

Vertalingen

En hun woorden waren niet anders dan dat zij zeiden: "Onze Heer, vergeef ons onze zonden en onze overdrijvingen met betrekking tot onze zaak en maak ons standvastig en help ons tegen het ongelovige volk

Sofian S. Siregar

Zij zeiden enkel maar: "Onze Heer, vergeef ons onze zonden en dat wij onze bevoegdheid overschreden hebben en maak onze voeten stevig en help ons tegen de ongelovige mensen

Fred Leemhuis