اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 181

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:181

لَقَدْ سَمِـعَ اللّٰهُ قَوْلَ الَّذٖینَ قَالُٓوا اِنَّ اللّٰهَ فَقٖیرٌ وَنَحْنُ اَغْنِیَٓاءُۘ سَنَكْتُبُ مَا قَالُوا وَقَتْلَهُمُ الْاَنْبِیَٓاءَ بِغَیْرِ حَقٍّۙ وَنَقُولُ ذُوقُوا عَذَابَ الْحَرٖیقِ

Laqad samiAAa Allahu qawla allatheena qaloo inna Allaha faqeerun wanahnu aghniyaon sanaktubu ma qaloo waqatlahumu alanbiyaa bighayri haqqin wanaqoolu thooqoo AAathaba alhareeqi

Vertalingen

Voorzeker, Allah heeft de uitspraken gehoord van degenen die zeiden: "Voorwaar, Allah is arm en wij zijn rijk." Wij zullen opschrijven wat zij zeiden en ook het zonder recht doden van de Profeten en Wi zullen (tegen hen) zeggen: "Proeft de verbrandende bestraffing

Sofian S. Siregar

God heeft de uitspraak wel gehoord van hen die zeiden: "God is arm en wij zijn rijk." Wij zullen opschrijven wat zij zeiden en ook dat zij de profeten zonder enig recht doodden en Wij zullen zeggen: "Proeft de straf van de verbranding

Fred Leemhuis