لَا یَتَّخِذِ الْمُؤْمِنُونَ الْكَافِرٖینَ اَوْلِیَٓاءَ مِنْ دُونِ الْمُؤْمِنٖینَۚ وَمَنْ یَفْعَلْ ذٰلِكَ فَلَیْسَ مِنَ اللّٰهِ فٖی شَیْءٍ اِلَّٓا اَنْ تَتَّقُوا مِنْهُمْ تُقٰیةًؕ وَیُحَذِّرُكُمُ اللّٰهُ نَفْسَهُؕ وَاِلَى اللّٰهِ الْمَصٖیرُ
La yattakhithi almuminoona alkafireena awliyaa min dooni almumineena waman yafAAal thalika falaysa mina Allahi fee shayin illa an tattaqoo minhum tuqatan wayuhaththirukumu Allahu nafsahu waila Allahi almaseeru
Vertalingen
Laten de gelovigen niet de ongelovigen in plaats van de gelovigen als beschermers nemen, en degene die dat doet heeft niets meer met Allah te maken, behalve wanneer jullie hen (de ongerlovigen) angstig vrezen. En Allah waarschuwt jullie (voor) Zijn (bestraffing). En tot Allah is de terugkeer
Sofian S. Siregar
De gelovigen moeten de ongelovigen niet in plaats van de gelovigen als medestander nemen. Wie dat doen behoren in niets tot God, behalve als jullie uit vrees voor hen op jullie hoede zijn. God waarschuwt jullie voor Hemzelf; bij God is de bestemming
Fred Leemhuis