اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 44

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:44

ذٰلِكَ مِنْ اَنْبَٓاءِ الْغَیْبِ نُوحٖیهِ اِلَیْكَؕ وَمَا كُنْتَ لَدَیْهِمْ اِذْ یُلْقُونَ اَقْلَامَهُمْ اَیُّهُمْ یَكْفُلُ مَرْیَمَࣕ وَمَا كُنْتَ لَدَیْهِمْ اِذْ یَخْتَصِمُونَ

Thalika min anbai alghaybi nooheehi ilayka wama kunta ladayhim ith yulqoona aqlamahum ayyuhum yakfulu maryama wama kunta ladayhim ith yakhtasimoona

Vertalingen

Dat zijn berichten over het verborgene die wij aan jou (O Moehammad) mededelen. En jij was niet met hen toen zij door hun pennen te werpen verlotten wie can hen verantwoordelijk was voor de zorg voor Maryam, en jij was ook niet bij hen toen zij hierover redetwistten

Sofian S. Siregar

Dat zijn enige mededelingen over het verborgene die Wij aan jou openbaren. Jij was immers niet bij hen toen zij hun rietpennen wierpen om [door loting] uit te maken wie van hen de zorg voor Marjam op zich zou nemen en jij was ook niet bij hen toen zij twistten

Fred Leemhuis