اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 52

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:52

فَلَمَّٓا اَحَسَّ عٖیسٰى مِنْهُمُ الْكُفْرَ قَالَ مَنْ اَنْصَارٖٓی اِلَى اللّٰهِؕ قَالَ الْحَوَارِیُّونَ نَحْنُ اَنْصَارُ اللّٰهِۚ اٰمَنَّا بِاللّٰهِۚ وَاشْهَدْ بِاَنَّا مُسْلِمُونَ

Falamma ahassa AAeesa minhumu alkufra qala man ansaree ila Allahi qala alhawariyyoona nahnu ansaru Allahi amanna biAllahi waishhad bianna muslimoona

Vertalingen

En toen 'Îsa ongeloof bij hen ontdekte, zei hij: "Wie zijn mijn helpers (op het rechte Pad) naar Allah?" Zijn metgezellen (Hawâriyyôen) zeiden: "Wij zijn helpers van Allah, wij geloven in Allah en getuigen dat wij ons overgegeven hebben

Sofian S. Siregar

Toen 'Isa ongeloof bij hen gewaarwerd zei hij: "Wie zijn mijn helpers [op de weg] tot God." De discipelen zeiden: "Wij zijn Gods helpers. Wij geloven in God. Getuig dat wij ons [aan God] hebben onderworpen

Fred Leemhuis