لُقْمٰانَ

Soera Luqman, vers 32

Loeqmaan · Mekkaans · 34 verzen

31:32

وَاِذَا غَشِیَهُمْ مَوْجٌ كَالظُّلَلِ دَعَوُا اللّٰهَ مُخْلِصٖینَ لَهُ الدّٖینَۚ فَلَمَّا نَجّٰیهُمْ اِلَى الْبَرِّ فَمِنْهُمْ مُقْتَصِدٌؕ وَمَا یَجْحَدُ بِاٰیَاتِنَٓا اِلَّا كُلُّ خَتَّارٍ كَفُورٍ

Waitha ghashiyahum mawjun kaalththulali daAAawoo Allaha mukhliseena lahu alddeena falamma najjahum ila albarri faminhum muqtasidun wama yajhadu biayatina illa kullu khattarin kafoorin

Vertalingen

En wanneer golven als wolken hen bedekken roepen zij Allah aan, Hem zuiver aanbiddend. Wanneer Wij hen dan hebben gered en aan land hebben gebracht, dan zijn er onder hen die gematigd (tussen geloof en ongeloof) zijn. En nieniand anders ontkent Onze Tekenen dan iedere verrader en ondankbare

Sofian S. Siregar

En als golven hen als stapelwolken overdekken roepen zij God aan, waarbij zij de godsdienst geheel aan Hem wijden. En wanneer Hij hen gered en aan land gebracht heeft, dan zijn er onder hen gematigden, maar Onze tekenen worden slechts verworpen door ieder die trouweloos en ondankbaar is

Fred Leemhuis