الْاَحْزَابِ

Soera Al-Ahzab, vers 13

De Bondgenoten · Medinaans · 73 verzen

33:13

وَاِذْ قَالَتْ طَٓائِفَةٌ مِنْهُمْ یَٓا اَهْلَ یَثْرِبَ لَا مُقَامَ لَكُمْ فَارْجِعُواۚ وَیَسْتَاْذِنُ فَرٖیقٌ مِنْهُمُ النَّبِیَّ یَقُولُونَ اِنَّ بُیُوتَنَا عَوْرَةٌ وَمَا هِیَ بِعَوْرَةٍؕ اِنْ یُرٖیدُونَ اِلَّا فِرَارًا

Waith qalat taifatun minhum ya ahla yathriba la muqama lakum fairjiAAoo wayastathinu fareequn minhumu alnnabiyya yaqooloona inna buyootana AAawratun wama hiya biAAawratin in yureedoona illa firaran

Vertalingen

En (gedenk) toen een groep van hen zei: "O bewoners van Yatsrib (Medinah), er is geen plaats voor jullie. gaat daarom terug." En een groep onder hen vroeg (de Profeet) ontheffing, zeggend: "Voorwaar, onze huizen zijn onbeschermd," terwijl deze niet onbeschermd waren, zij wilden alleen maar vluchten

Sofian S. Siregar

En toen een groep van hen zei: "Mensen van Jathrib! Dit is geen plaats voor jullie om te blijven; keert terug!" En een deel van hen vroeg de profeet om ontheffing, waarbij zij zeiden: "Onze huizen zijn onbeschermd." Maar die waren niet onbeschermd; zij wensten slechts te vluchten

Fred Leemhuis