یَحْسَبُونَ الْاَحْزَابَ لَمْ یَذْهَبُواۚ وَاِنْ یَاْتِ الْاَحْزَابُ یَوَدُّوا لَوْ اَنَّهُمْ بَادُونَ فِی الْاَعْرَابِ یَسْـَٔلُونَ عَنْ اَنْبَٓائِكُمْؕ وَلَوْ كَانُوا فٖیكُمْ مَا قَاتَلُٓوا اِلَّا قَلٖیلًاࣖ
Yahsaboona alahzaba lam yathhaboo wain yati alahzabu yawaddoo law annahum badoona fee alaAArabi yasaloona AAan anbaikum walaw kanoo feekum ma qataloo illa qaleelan
Vertalingen
Zij dachten dat de bondgenoten nog niet waren weggetrokken. En als de bondgenoten zouden terugkomen, dan zouden zij wensen dat zij zich bij de bedoeïnen bevonden, vragend naar nieuws over jullie. En als zij zich onder jullie zouden bevinden, dan zouden zij niet strijden, behalve even
Sofian S. Siregar
Zij rekenen erop dat de partijen niet zouden weggaan, maar als de partijen [nog eens] zouden komen zouden zij het liefst in de woestijn bij de bedoeïenen willen zijn om daar naar nieuws over jullie te vragen. En als zij bij jullie zouden zijn zouden zij maar weinig strijden
Fred Leemhuis