اِنَّا عَرَضْنَا الْاَمَانَةَ عَلَى السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَالْجِبَالِ فَاَبَیْنَ اَنْ یَحْمِلْنَهَا وَاَشْفَقْنَ مِنْهَا وَحَمَلَهَا الْاِنْسَانُؕ اِنَّهُ كَانَ ظَلُومًا جَهُولًاۙ
Inna AAaradna alamanata AAala alssamawati waalardi waaljibali faabayna an yahmilnaha waashfaqna minha wahamalaha alinsanu innahu kana thalooman jahoolan
Vertalingen
Voorvaar, Wij hebben de Amânah (godsdienstige plichten) aan de hemelen en de aarde en de bergen aangeboden, maar zij weigerden deze te dragen en zij waren er beducht voor, maar de mens nam deze op zich. Voorwaar, hij is onrechtvaardig en onwetend
Sofian S. Siregar
Wij hebben de toevertrouwde taak aan de hemelen, de aarde en de bergen aangeboden, maar zij weigerden haar te dragen en schrokken ervoor terug. De mens droeg haar -- hij is een onwetende zondaar
Fred Leemhuis