قُلِ ادْعُوا الَّذٖینَ زَعَمْتُمْ مِنْ دُونِ اللّٰهِۚ لَا یَمْلِكُونَ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ فِی السَّمٰوَاتِ وَلَا فِی الْاَرْضِ وَمَا لَهُمْ فٖیهِمَا مِنْ شِرْكٍ وَمَا لَهُ مِنْهُمْ مِنْ ظَهٖیرٍ
Quli odAAoo allatheena zaAAamtum min dooni Allahi la yamlikoona mithqala tharratin fee alssamawati wala fee alardi wama lahum feehima min shirkin wama lahu minhum min thaheerin
Vertalingen
Zeg: "'Roept degenen op, die jullie beweren (als goden) naast Allah te zijn." Zij hebben zelfs over het gewicht van een mosterdzaadje in de hemelen en op de aarde geen macht en zij hebben daarin geen aandeel. En Hij heeft onder hen geen helper
Sofian S. Siregar
Zeg: "Roept hen maar aan van wie jullie beweren dat zij naast God bestaan. Zij hebben geen greintje heerschappij in de hemelen, noch op de aarde. Zij hebben in geen van beide een aandeel en Hij heeft onder hen geen enkele helper
Fred Leemhuis