وَاِذَا تُتْلٰى عَلَیْهِمْ اٰیَاتُنَا بَیِّنَاتٍ قَالُوا مَا هٰذَٓا اِلَّا رَجُلٌ یُرٖیدُ اَنْ یَصُدَّكُمْ عَمَّا كَانَ یَعْبُدُ اٰبَٓاؤُ𐻾كُمْۚ وَقَالُوا مَا هٰذَٓا اِلَّٓا اِفْكٌ مُفْتَرًىؕ وَقَالَ الَّذٖینَ كَفَرُوا لِلْحَقِّ لَمَّا جَٓاءَهُمْۙ اِنْ هٰذَٓا اِلَّا سِحْرٌ مُبٖینٌ
Waitha tutla AAalayhim ayatuna bayyinatin qaloo ma hatha illa rajulun yureedu an yasuddakum AAamma kana yaAAbudu abaokum waqaloo ma hatha illa ifkun muftaran waqala allatheena kafaroo lilhaqqi lamma jaahum in hatha illa sihrun mubeenun
Vertalingen
En als Onze duidelijke Verzen aan hen worden voorgedragen, zeggen zij: "Dit is niets anders dan een man die jullie wil affhouden van wat jullie vaderen plachten te aanbidden." En zij zeggen: "Dit is niets anders dan een verzonnen lcugen." En degenen die ongelovig zijn, zeiden over de Waarheid toen deze tot hen kwam: "Dit is niets anders dan duidelijke tovenarij
Sofian S. Siregar
En als aan hen Onze tekenen als duidelijke bewijzen voorgelezen worden zeggen zij: "Dat is een man die jullie alleen maar wenst af te brengen van wat jullie vaderen gewoon waren te dienen." En zij zeggen: "Dit is slechts laster die verzonnen is." En zij die aan de waarheid geen geloof hechten wanneer zij tot hen komt zeggen: "Dit is duidelijk slechts toverij
Fred Leemhuis