صۤ

Soera Sad, vers 12

Saad (de letter) · Mekkaans · 88 verzen

38:12

كَذَّبَتْ قَبْلَهُمْ قَوْمُ نُوحٍ وَعَادٌ وَفِرْعَوْنُ ذُوالْاَوْتَادِۙ

Kaththabat qablahum qawmu noohin waAAadun wafirAAawnu thoo alawtadi

Vertalingen

Vóór hen loochende het volk van Nôeh, en (het volk van) de 'Âd en Fir'aun, de bezitter van de pinnen (macht)

Sofian S. Siregar

Voor hun tijd had het volk van Noeh van leugens beticht en ook de 'Aad en Fir'aun van de tentpinnen

Fred Leemhuis