38. Sad

صۤ

وَمَا خَلَقْنَا السَّمَٓاءَ وَالْاَرْضَ وَمَا بَیْنَهُمَا بَاطِلًاؕ ذٰلِكَ ظَنُّ الَّذٖینَ كَفَرُواۚ فَوَیْلٌ لِلَّذٖینَ كَفَرُوا مِنَ النَّارِؕ

En Wij hebben de hemel en de aarde en wat dartussen is niet voor niets geschapen. Dat is een vermoeden van degenen die ongelovig zijn. Wee daarom degenen die niet in de Hel geloven

Siregar

اَمْ نَجْعَلُ الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ كَالْمُفْسِدٖینَ فِی الْاَرْضِؗ اَمْ نَجْعَلُ الْمُتَّقٖینَ كَالْفُجَّارِ

Zullen Wij degenen die geloven en goede werken verrichten behandelen als de verderfzaaiers op de aarde? Of zullen Wij de Moettaqôen be handelen als de verdorvenen

Siregar

كِتَابٌ اَنْزَلْنَاهُ اِلَیْكَ مُبَارَكٌ لِیَدَّبَّرُٓوا اٰیَاتِهٖ وَلِیَتَذَكَّرَ اُو𐻾لُوا الْاَلْبَابِ

(Dit is) een gezegend Boek dat Wij aan jou hebben neergezonden opdat zij Zijn Verzen zullen overpeinzen en opdat de bezitters van verstand er lering uit trekken

Siregar

وَوَهَبْنَا لِدَاوُ𐻿دَ سُلَیْمٰنَؕ نِعْمَ الْعَبْدُؕ اِنَّهُٓ اَوَّابٌؕ

En Wij schonken Dâwôed Soelaimân, de beste dienaar. Voorwaar, hij is de meest berouwtonende

Siregar

اِذْ عُرِضَ عَلَیْهِ بِالْعَشِیِّ الصَّافِنَاتُ الْجِیَادُۙ

(Gedenkt) toen hem in de avond dc snelle raspaarden werden getoond

Siregar

فَقَالَ اِنّٖٓی اَحْبَبْتُ حُبَّ الْخَیْرِ عَنْ ذِكْرِ رَبّٖیۚ حَتّٰى تَوَارَتْ بِالْحِجَابِࣞ

Toen zei hij: "Voorwaar, ik koesterde de liefde voor het goede ten koste van het gedenken van mijn Heer, totdat zij onzichtbaar werden door de zonsondergang

Siregar

رُدُّوهَا عَلَیَّؕ فَطَفِقَ مَسْحًا بِالسُّوقِ وَالْاَعْنَاقِ

Brengt ze naar mij terug." Daarna begon bij (de paarden) over de benen en de halzen te stirijken

Siregar

وَلَقَدْ فَتَنَّا سُلَیْمٰنَ وَاَلْقَیْنَا عَلٰى كُرْسِیِّهٖ جَسَدًا ثُمَّ اَنَابَ

En voorzeker, Wij hebben Soelaimân op de proef gesteld en Wij zetten (hem) op zijn zetel, als een lichaam, waarna hij berouw toonde

Siregar

قَالَ رَبِّ اغْفِرْ لٖی وَهَبْ لٖی مُلْكًا لَا یَنْبَغٖی لِاَحَدٍ مِنْ بَعْدٖیۚ اِنَّكَ اَنْتَ الْوَهَّابُ

Hij zei: "Mijn Heer, vergeef rnij, en schenk mij een koninkrijk dat niemand na mij ooit zal bezitten. Voorwaar, U bent de Schenker

Siregar

فَسَخَّرْنَا لَهُ الرّٖیحَ تَجْرٖی بِاَمْرِهٖ رُخَٓاءً حَیْثُ اَصَابَۙ

En Wij maakten de wind un hem dienstbaar, die volgzaan waaide op zijn bevel, waarheen bij wilde

Siregar

وَالشَّیَاطٖینَ كُلَّ بَنَّٓاءٍ وَغَوَّاصٍۙ

En (ook) de Satans, allen waren bouwers en duikers

Siregar

وَاٰخَرٖینَ مُقَرَّنٖینَ فِی الْاَصْفَادِ

En andere (Satans) vastgebonden in ketenen

Siregar

هٰذَا عَطَٓاؤُ𐻾نَا فَامْنُنْ اَوْ اَمْسِكْ بِغَیْرِ حِسَابٍ

Dat is een ge-schenk van Ons, geef (het) dan weg of houd (het) achter; zonder afrekening

Siregar

وَاِنَّ لَهُ عِنْدَنَا لَزُلْفٰى وَحُسْنَ مَاٰبٍࣖ

En voorwaar, voor hem is er bij Ons zeker (Onze) nabijheid en de beste plaats van terugkeer

Siregar

وَاذْكُرْ عَبْدَنَٓا اَیُّوبَۘ اِذْ نَادٰى رَبَّهُٓ اَنّٖی مَسَّنِیَ الشَّیْطَانُ بِنُصْبٍ وَعَذَابٍؕ

En gedenk Onze dienaar, Ayyôeb, toen hij tot zij Heer riep: "Voorwaw, de Satan heeft mij getroffen met tegenspoed en bestraffing

Siregar

اُرْكُضْ بِرِجْلِكَۚ هٰذَا مُغْتَسَلٌ بَارِدٌ وَشَرَابٌ

(Allah antwoordde:) "Stamp met jouw voet, dit is koel water om te baden en om van te drinken

Siregar

0:00
0:00