38. Sad

صۤ

وَقَالُوا مَا لَنَا لَا نَرٰى رِجَالًا كُنَّا نَعُدُّهُمْ مِنَ الْاَشْرَارِؕ

En zij zullen zeggen: "Hou komt het dat wij niet de mensen (gelovigen) zien, die wij tot de slechtsten rekenden

Siregar

اَتَّخَذْنَاهُمْ سِخْرِیًّا اَمْ زَاغَتْ عَنْهُمُ الْاَبْصَارُ

Is het omdat wij hen tot onderwerp van bespotting maakten, of slagen de ogen er niet in hen te zien

Siregar

اِنَّ ذٰلِكَ لَحَقٌّ تَخَاصُمُ اَهْلِ النَّارِࣖ

Voorwaar, dat zal zeker de waarheid zijn: het redetwisten van de bewoners van de Hel

Siregar

قُلْ اِنَّمَٓا اَنَا𐻾 مُنْذِرٌࣗ وَمَا مِنْ اِلٰهٍ اِلَّا اللّٰهُ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُۚ

Zeg: "Ik ben slechts een waarschuwer, en er is geen god dan Allah, de Ene, de Overweldiger

Siregar

رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَا الْعَزٖیزُ الْغَفَّارُ

De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen hen is, de Almachtige, de Vergevensgezinde

Siregar

قُلْ هُوَ نَبَؤٌا عَظٖیمٌۙ

Zeg: "Dit is een geweldig bericht

Siregar

اَنْتُمْ عَنْهُ مُعْرِضُونَ

Waarvan jullie je afwenden

Siregar

مَا كَانَ لِیَ مِنْ عِلْمٍ بِالْمَلَاِ الْاَعْلٰٓى اِذْ یَخْتَصِمُونَ

Het is voor mij niet mogelijk dat ik kennis zou hebben over de Engelen toen zij redetwistten

Siregar

اِنْ یُوحٰٓى اِلَیَّ اِلَّٓا اَنَّمَٓا اَنَا𐻾 نَذٖیرٌ مُبٖینٌ

Het is aan mij geopenbaard dat ik slechts een duidelijke waarschuwer ben

Siregar

اِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلٰٓئِكَةِ اِنّٖی خَالِقٌ بَشَرًا مِنْ طٖینٍ

(Gedenk) Toen jouw Heer tot de Engelen zei: "'Voorwaar, Ik schep een mens uit aarde

Siregar

فَاِذَا سَوَّیْتُهُ وَنَفَخْتُ فٖیهِ مِنْ رُوحٖی فَقَعُوا لَهُ سَاجِدٖینَ

En Ik vervolmaak hem, en blaas hem van de Geest in." Toen knielden zij zich voor hem neer

Siregar

فَسَجَدَ الْمَلٰٓئِكَةُ كُلُّهُمْ اَجْمَعُونَۙ

Toen knielden alle Engelen tezamen neer

Siregar

اِلَّٓا اِبْلٖیسَؕ اِسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ الْكَافِرٖینَ

Behalve Iblîs, hij was hoogmoedig en hij behoorde tot de ongelovigen

Siregar

قَالَ یَٓا اِبْلٖیسُ مَا مَنَعَكَ اَنْ تَسْجُدَ لِمَا خَلَقْتُ بِیَدَیَّؕ اَسْتَكْبَرْتَ اَمْ كُنْتَ مِنَ الْعَالٖینَ

Hij (Allah) zei: "O Iblîs, wat heeft jou ervan weerhouden om neer te knielen toen Ik (Adam) met Mijn beide Handen had geschapen? Was jij hoogmoedig, of behoorde jij tot de hooghartigen

Siregar

قَالَ اَنَا𐻾 خَیْرٌ مِنْهُؕ خَلَقْتَنٖی مِنْ نَارٍ وَخَلَقْتَهُ مِنْ طٖینٍ

Hij zei: "Ik ben beter dan hij. U heeft mij uit vuur geschapen, terwijl U hem uit aarde heeft geschapen

Siregar

قَالَ فَاخْرُجْ مِنْهَا فَاِنَّكَ رَجٖیمٌۚ

Hij (Allah) zei: "Ga dan weg uit haar (het Paradijs): voorwaar, jij bent een verworpene

Siregar

وَاِنَّ عَلَیْكَ لَعْنَتٖٓی اِلٰى یَوْمِ الدّٖینِ

En voorwaar, op jou rust Mijn vervloeking, tot de Dag des Oordeels

Siregar

قَالَ رَبِّ فَاَنْظِرْنٖٓی اِلٰى یَوْمِ یُبْعَثُونَ

Hij (Iblîs) zei: "Mijn Heer, geef mij uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt

Siregar

قَالَ فَاِنَّكَ مِنَ الْمُنْظَرٖینَۙ

Hij (Allah) zei: "Voorwaar, jij behoort dan tot hen aan wie uitstel is gegeven

Siregar

اِلٰى یَوْمِ الْوَقْتِ الْمَعْلُومِ

Tot de Dag van de vastgestelde tijd

Siregar

قَالَ فَبِعِزَّتِكَ لَاُغْوِیَنَّهُمْ اَجْمَعٖینَۙ

Hij (Iblîs) zei: "Bij Uw eer dan, ik zal hen zeker allen misleiden

Siregar

اِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ الْمُخْلَصٖینَ

Behalve Uw dienaren onder hen die zuiver zijn in hun aanbidding

Siregar

0:00
0:00