وَقَالُوا مَا لَنَا لَا نَرٰى رِجَالًا كُنَّا نَعُدُّهُمْ مِنَ الْاَشْرَارِؕ
En zij zullen zeggen: "Hou komt het dat wij niet de mensen (gelovigen) zien, die wij tot de slechtsten rekenden
Siregar
صۤ
وَقَالُوا مَا لَنَا لَا نَرٰى رِجَالًا كُنَّا نَعُدُّهُمْ مِنَ الْاَشْرَارِؕ
En zij zullen zeggen: "Hou komt het dat wij niet de mensen (gelovigen) zien, die wij tot de slechtsten rekenden
Siregar
اَتَّخَذْنَاهُمْ سِخْرِیًّا اَمْ زَاغَتْ عَنْهُمُ الْاَبْصَارُ
Is het omdat wij hen tot onderwerp van bespotting maakten, of slagen de ogen er niet in hen te zien
Siregar
اِنَّ ذٰلِكَ لَحَقٌّ تَخَاصُمُ اَهْلِ النَّارِࣖ
Voorwaar, dat zal zeker de waarheid zijn: het redetwisten van de bewoners van de Hel
Siregar
قُلْ اِنَّمَٓا اَنَا𐻾 مُنْذِرٌࣗ وَمَا مِنْ اِلٰهٍ اِلَّا اللّٰهُ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُۚ
Zeg: "Ik ben slechts een waarschuwer, en er is geen god dan Allah, de Ene, de Overweldiger
Siregar
رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَا الْعَزٖیزُ الْغَفَّارُ
De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen hen is, de Almachtige, de Vergevensgezinde
Siregar
قُلْ هُوَ نَبَؤٌا عَظٖیمٌۙ
Zeg: "Dit is een geweldig bericht
Siregar
اَنْتُمْ عَنْهُ مُعْرِضُونَ
Waarvan jullie je afwenden
Siregar
مَا كَانَ لِیَ مِنْ عِلْمٍ بِالْمَلَاِ الْاَعْلٰٓى اِذْ یَخْتَصِمُونَ
Het is voor mij niet mogelijk dat ik kennis zou hebben over de Engelen toen zij redetwistten
Siregar
اِنْ یُوحٰٓى اِلَیَّ اِلَّٓا اَنَّمَٓا اَنَا𐻾 نَذٖیرٌ مُبٖینٌ
Het is aan mij geopenbaard dat ik slechts een duidelijke waarschuwer ben
Siregar
اِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلٰٓئِكَةِ اِنّٖی خَالِقٌ بَشَرًا مِنْ طٖینٍ
(Gedenk) Toen jouw Heer tot de Engelen zei: "'Voorwaar, Ik schep een mens uit aarde
Siregar
فَاِذَا سَوَّیْتُهُ وَنَفَخْتُ فٖیهِ مِنْ رُوحٖی فَقَعُوا لَهُ سَاجِدٖینَ
En Ik vervolmaak hem, en blaas hem van de Geest in." Toen knielden zij zich voor hem neer
Siregar
فَسَجَدَ الْمَلٰٓئِكَةُ كُلُّهُمْ اَجْمَعُونَۙ
Toen knielden alle Engelen tezamen neer
Siregar
اِلَّٓا اِبْلٖیسَؕ اِسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ الْكَافِرٖینَ
Behalve Iblîs, hij was hoogmoedig en hij behoorde tot de ongelovigen
Siregar
قَالَ یَٓا اِبْلٖیسُ مَا مَنَعَكَ اَنْ تَسْجُدَ لِمَا خَلَقْتُ بِیَدَیَّؕ اَسْتَكْبَرْتَ اَمْ كُنْتَ مِنَ الْعَالٖینَ
Hij (Allah) zei: "O Iblîs, wat heeft jou ervan weerhouden om neer te knielen toen Ik (Adam) met Mijn beide Handen had geschapen? Was jij hoogmoedig, of behoorde jij tot de hooghartigen
Siregar
قَالَ اَنَا𐻾 خَیْرٌ مِنْهُؕ خَلَقْتَنٖی مِنْ نَارٍ وَخَلَقْتَهُ مِنْ طٖینٍ
Hij zei: "Ik ben beter dan hij. U heeft mij uit vuur geschapen, terwijl U hem uit aarde heeft geschapen
Siregar
قَالَ فَاخْرُجْ مِنْهَا فَاِنَّكَ رَجٖیمٌۚ
Hij (Allah) zei: "Ga dan weg uit haar (het Paradijs): voorwaar, jij bent een verworpene
Siregar
وَاِنَّ عَلَیْكَ لَعْنَتٖٓی اِلٰى یَوْمِ الدّٖینِ
En voorwaar, op jou rust Mijn vervloeking, tot de Dag des Oordeels
Siregar
قَالَ رَبِّ فَاَنْظِرْنٖٓی اِلٰى یَوْمِ یُبْعَثُونَ
Hij (Iblîs) zei: "Mijn Heer, geef mij uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt
Siregar
قَالَ فَاِنَّكَ مِنَ الْمُنْظَرٖینَۙ
Hij (Allah) zei: "Voorwaar, jij behoort dan tot hen aan wie uitstel is gegeven
Siregar
اِلٰى یَوْمِ الْوَقْتِ الْمَعْلُومِ
Tot de Dag van de vastgestelde tijd
Siregar
قَالَ فَبِعِزَّتِكَ لَاُغْوِیَنَّهُمْ اَجْمَعٖینَۙ
Hij (Iblîs) zei: "Bij Uw eer dan, ik zal hen zeker allen misleiden
Siregar
اِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ الْمُخْلَصٖینَ
Behalve Uw dienaren onder hen die zuiver zijn in hun aanbidding
Siregar