الزُّمَرِ

Soera Az-Zumar, vers 47

De Groepen · Mekkaans · 75 verzen

39:47

وَلَوْ اَنَّ لِلَّذٖینَ ظَلَمُوا مَا فِی الْاَرْضِ جَمٖیعًا وَمِثْلَهُ مَعَهُ لَافْتَدَوْا بِهٖ مِنْ سُٓوءِ الْعَذَابِ یَوْمَ الْقِیٰمَةِؕ وَبَدَا لَهُمْ مِنَ اللّٰهِ مَا لَمْ یَكُونُوا یَحْتَسِبُونَ

Walaw anna lillatheena thalamoo ma fee alardi jameeAAan wamithlahu maAAahu laiftadaw bihi min sooi alAAathabi yawma alqiyamati wabada lahum mina Allahi ma lam yakoonoo yahtasiboona

Vertalingen

En voorwaar, als aan degenen die onrecht pleegden alles zou toebehoren wat zich op de aarde bevindt, en nog eens zoveel erbij, dan zouden zij zich ermee vrij (willen) kopen van de slechtste bestraffing op de Dag der Opstanding. En er zullen voor hen (betraffingen) van Allah verschijnen, waar zij nooit rekening mee gehouden hebben

Sofian S. Siregar

Als zij die onrecht plegen alles wat er op de aarde is hadden en nog eens evenveel, dan zouden zij zich ermee willen vrijkopen van de erge bestraffing op de opstandingsdag. Van de kant van God zal voor hen dan openlijk zichtbaar worden waarop zij niet gerekend hadden

Fred Leemhuis